JARAN
KEPANG: EEN JAVAANSE TRADITIE ALS ONDERDEEL VAN DE SURINAAMSE CULTUUR
Suriname
is het enige land in het Caribisch gebied waar Javanen wonen. Zo'n 80-duizend.
Ze vormen na de Creolen
en de Hindostanen de derde bevolkingsgroep van Suriname.
Tot nu toe is hun rol in de Surinaamse samenleving bescheiden geweest.
Niet zozeer vanwege de bijna spreekwoordelijke Javaanse bescheidenheid, maar omdat zij in allerlei opzichten
- economisch, sociaal, politiek -
een achterstand
hebben: een gevolg van hun geschiedenis, individueel en als groep, vanaf
hun aankomst in Suriname tot nu toe.
Het Javaanse element in de totale Surinaamse samenleving mag dan bescheiden
zijn, toch is het nadrukkelijk wel aanwezig. Elke
eerste kennismaking met Suriname van buiten af begint op de luchthaven
Zanderij (J.A. Pengel Airport).
Wie van daar met de auto naar Paramaribo rijdt, een afstand van zo'n
vijfig kilometer, ziet de eerste tientallen
kilometers links en rechts van de weg vestigingen van bosnegers en indianen
met woningen die duidelijk herkenbaar
zijn aan hun aparte bouwstijl.
Javanen zal men in dit gebied, dat nog
tot het Surinaamse binnenland gerekend kan
worden, niet tegenkomen.
Dat wordt anders zodra men Lelydorp nadert, de eerste grote plaats na
ruim dertig kilometer.
Hier wonen veel
Javanen. Misschien is daar van de grote weg
af niet veel te zien,
maar
zodra men zoals men in Suriname zegt
'naar binnen
gaat', dat wil zeggen een
van de vele zijwegen inrijdt,
wordt de Javaanse
aanwezigheid overduidelijk.
In het centrum
van Lelydorp ligt een heel complex
van typisch Javaanse eethuisjes,
warungs genaamd.
Tot aan Paramaribo is dit voorlopig de laatste gelegenheid om Javaans
te eten,
want na
Lelydorp
zijn het voornamelijk de Hindostanen en, dichtbij de stad,
de Creolen
die het
gebied aan weers
kanten van de weg bewonen.
Afgezien van Blauwgrond en nog enkele andere
wijken wonen er niet
veel
Javanen in Paramaribo.
De overgrote meerderheid woont buiten de
stad, in het district zoals
men in
Suriname zegt.
Commewijne ten oosten van Paramaribo is zo'n district
en ook ten westen
van de stad in het district Saramacca wonen veel Javanen.
Verder nog in Nickerie en Wageningen in het westen en rond Moengo in
het oosten van het land.
Soms zijn de Javaanse woonplaatsen te herkennen aan de typisch Javaanse
namen als Tamanredjo,
Kampong Baroe, Sidoredjo en Koewarasan, maar soms
ook niet zoals bij de typisch Nederlandse
plaatsnamen als Lelydorp,
Domburg en Meerzorg.
Bij belangrijke
gebeurtenissen zoals besnijdenissen, huwelijken en, onder invloed van
de westerse cultuur, verjaardagen, hoort vanzelfsprekend ook een feest.
De genodigden nemen plaats aan lange tafels onder een afdak dat voor
de gelegenheid aan het huis is aangebouwd
Iedere gast krijgt na het cadeau of een geldbedrag overhandigd te hebben,
eten en drinken voortgezet.
Wat er verder gebeurt is afhankelijk van de voorkeur en de draagkracht
van de gastheer. Heeft hij niet zoveel geld te besteden dan zorgt hij
ervoor dat er gedanst kan worden op de muziek van een plaat of CD of
dat er video gekeken kan worden. Een andere, kostbaarder mogelijkheid
is een bandje huren.
Sommige mensen
vinden deze vormen van wester vermaak niet passend en proberen een
meer
traditioneel Javaanse
invulling aan de avond te geven. Dit kan bijvoorbeeld door een
wajang-vertoning,
een ludrug-voorstelling, een jaran
kepang opvoering of een terbangan.
De wajang , het schimmenspel van platte poppen op een
scherm geprojecteerd, wordt
steeds minder populair.
Een belangrijke oorzaak is dat de taal die de poppenspeler (de dalang)
spreekt sterk afwijkt van de dagelijkse
omgangstaal en daardoor voor de meeste mensen moeilijk te
begrijpen
is. Bovendien staan de verhalen te ver af
van de Surinaamse realiteit.

De ludrug, een soort volkstoneel, oorspronkelijk afkomstig
van Oost-Java, staat dichter bij de mensen en is veel
populairder. Er wordt gewoon Javaans in gesproken en de verhalen zijn
geënt op de Surinaamse situatie.Een andere, even
populaire vorm van vermaak is de jaran kepang ofwel paardendans,
waarbij jonge mannen dansen
op platte stokpaarden van gevlochten bamboe of leer. Aanvankelijk voeren
de dansers min
of meer vaste dansfiguren uit, waarbij ze zich gedragen als ruiters
die hun paarden mennen. Maar dan raken ze in trance:
ze galopperen en springen wild in
het
rond,
briesen, eten
gras en
drinken
water als een paard.
Na enige tijd worden
ze een
voor een
door de leider, gambuh,
uit de trance
gehaald
waarmee
de voorstelling is
afgelopen.
Ook al vinden dergelijke
opvoeringen plaats buiten de traditionele omgeving van het Javaanse
huis,
toch blijven
ze nauw verbonden aan de viering van een heuglijk
feit.
Wie zo'n opvoering wil zien hoeft zich dus niet naar de schouwburg van
Paramaribo te begeven.
Maak op een vrijdag- of zaterdagavond een tochtje
naar een Javaanse woongemeenschap en de
kans is groot dat
er iets te
zien valt.
De klanken van de gamelan wijzen de weg.
bron: Suriname
kalender 2002 |