Bevolking
De bevolking vertoont een grote etnische verscheidenheid ten gevolge van de gevoerde koloniale arbeidspolitiek tot instandhouding van de plantagelandbouw.
De bevolking wordt onderscheiden in acht etnische groeperingen. De Creolen, mensen van een (vaak gedeeltelijk) Afrikaanse afstamming (met uitzondering van
de Bosnegers of Marrons), waren tot voor kort de omvangrijkste groep.
Zij zijn het langst met het (Nederlandse) onderwijs in aanraking geweest.
Creolen zijn sterk in de stad vertegenwoordigd; ze vervullen administratieve beroepen en waren en zijn ook nog steeds actief in de mijnbouw. Hun vroegere sociale-politieke dominantie is teniet gedaan door de demografische veranderingen, dit in samenhang met de sociaal-economische groei van de Hindoestanen (als contractarbeiders, na de afschaffing van de slavernij), uit India gehaald.
De Hindoestanen hebben naast de Creolen hun plaats in de stedelijke administratie opgeëist en hebben het grootste deel van de handel in handen.
Ook de Indonesiërs (Javanen) zijn niet meer uitsluitend landbouwers; er heeft zich ook onder deze groep een sociaal-economische stijging voorgedaan.
De Chinezen vormen een handelsminderheid. Europeanen (vnl. Nederlanders) en overigen, onder wie Libanezen en Anglo-Amerikanen
zijn in aantal gering maar hun sociale en economische is aanzienlijk.
Vroeger woonden de Bosnegers terzijde van de samenleving in het binnenland. Hun relatieve isolement
is echter doorbroken, deels uit eigen keuze, deels gedwongen door de oorlogssitu-atie in het binnenland.
Hoewel in mindere mate, geldt dit ook voor de Indianen. Deze zijn te onderscheiden in
Benedenlandse Indianen (vnl. Arowakken en Cariben), wonend in het kustgebied en Bovenlandse Indianen (verdeeld in een aantal vaak zeer kleine volken, o.a. Wajana's, Trio's, Akoerio), in de binnenlanden. Deze laatsten nemen, nadat zijn een tijdlang met uitsterven werden bedreigd, weer in aantal toe.
De bevolking is geconcentreerd in de kuststreek; daar woont ca. de helft
in een straal van 35 km rondom Paramaribo. Groot-Paramaribo heeft ca. 200.000 inwoners. De andere plaats van enige betekenis is Nieuw Nickerie.
De resterende bevolking woont in kleine nederzettingen langs de kust en langs de rivieren.
Suriname heeft als staatsvorm de parlementaire democratie. De hoogste macht berust, volgens de grondwet van 1987, bij de voor vijf jaar, door de Verenigde Volksvergadering (een uitgebreid parlement) gekozen president. Deze is naast staatshoofd en opperbevelhebben van de strijd-krachten ook regeringsleider. Deze laatste functie wordt ex officio uitgeoefend door de vice-president.
Suriname heeft een éénkamerparlement, de 51 leden tellende Nationale Assemblee
De Nationale Assemblee kiest de president. Het ministerskabinet wordt door de president samengesteld. In bijzondere gevallen komt de Volksvergadering bijeen, deze bestaat uit 869 leden uit alle lagen van de bevolking.
Indeling
Suriname is ingedeeld in 10 districten plus de hoofdstad. De districten zijn: Paramaribo, Brokopondo, Commewijne, Coronie, Marowijne, Para, Wanica, Sipaliwini, Saramacca en Nickerie. De districten worden beheerd door een districtscommissaris. Het district is een administratief onderdeel van de centrale regering in Paramaribo en de districtscommissaris krijgt zijn instructies van de minister van Districtsbestuur en Decentralisatie. De districten zelf zijn weer onderverdeeld in gebieden die onder een bestuursambtenaar met vaste standplaats vallen. Suriname kent geen gemeentelijke indeling. Wel onderscheidt men binnen een district verschillende gemeenschappen, zoals vestigingsplaatsen (oude plantages), dorpsgemeenschappen, waterschappen en dorpen (grondjes).
Politiek
Voor de militaire staatsgreep van 1980 en na de herdemocratisering in 1987 speelden de volgende politieke partijen een belangrijke rol.
De Kaum Tani Persatuan Indonesia, nu genaamd Kerukanan Tulodo Pranatan Ingil (KTPI = Partij voor Nationale eenheid en saamhorigheid van de Hoogste Orde). Deze partij is sterk onder de Javaanse bevolkinggroep. De Nationale Partij Suriname (NPS) is de grootste partij voor de Creolen. De Vooruitstrevende Hervormings Partij (VHP) steunt op de Hindoestaanse bevolkingsgroep. Samen vormen deze drie partijen het Nieuw Front voor Democratie en Ontwikkeling.
Daarnaast zijn er partijen die met legerleider Bouterse zijn verbonden. De Nationale Democratische Partij (NDP) en het Democratisch Alternatief '91 (DA '91), een bundeling van vier partijen.
Vakbonden
Van oudsher speelt de vakbeweging een belangrijke rol in het maatschappelijk leven.
De belangrijkste vakbonden zijn: het Algemene Verbond van Vakverenigingen in Suriname,
(de 'Moederbond'), de Centrale 47 (C-47) en de Centrale van Landsdienaren Organisaties.
Deze drie bonden verenigden zich in 1987 in de Raad van Vakverenigingen Suriname.
Rechtssysteem
Het rechtsysteem is gebaseerd op het Nederlands juridisch systeem.
Bankwezen
Centrale bank is de Centrale Bank van Suriname
Defensie
Suriname beschikt over een kleine defensiemacht, het 'Nationale Leger'. Naast landstrijd-krachten beschikt Suriname over een bescheiden marine- en luchtmacht.
Ongeveer 7000 man zijn oproepbaar en getraind. De burgerlijke politie is belast met de civiele ordehandhaving.
Onderwijs
Het onderwijs in Suriname is gratis en verplicht voor kinderen tussen 6 - 12 jaar.
Van de totale bevolking kan ca. 93% lezen en schrijven.
Sinds 1967 heeft Suriname een universiteit, de 'Anton de Kom Universiteit'.
Een probleem is het structureel tekort aan onderwijzend personeel, met name treft dit de scholen in het binnenland.
Gezondheidszorg
Suriname telt vijf algemene ziekenhuizen. Dit zijn: 1) het SVZ (St. Vincentius Ziekenhuis (1916), in de volksmond beter bekend als het RKZ; 2) het AZP (Academisch Ziekenhuis Paramaribo; 3) het Diakonessenhuis; 4) 's Lands Hospitaal (opgericht in 1760 als militair hospitaal. Na de grote brand van 1821 onderging het ziekenhuis een structuurverandering en werden er naast militairen ook burgers opgenomen. Op 1 januari 1934 is de naam veranderd in 's Lands Hospitaal; 5) het Streekziekenhuis in Nickerie.
De gezondheidszorg in Suriname kent de nodige problemen die grotendeels te wijten zijn aan gebrek aan overheidsgelden, aan de emigratie van artsen en verplegend personeel en aan de gebrekkige transportmogelijkheden.
Transport
Vervoer door de lucht:
1 nationale luchtvaartmaatschappij, de SLM (Surinaamse Luchtvaart Maatschappij);
1 nationale luchthaven, het Johan
Adolf Pengel vliegveld, beter bekend als 'Zanderij';
4 vliegvelden met verharde landingsstrips;
41 vliegveldjes met onverharde landingsstrips.
Vervoer over het spoor:
Suriname bezit 166 km. enkelvoudig spoor (de voormalige goudtrein), wat niet in gebruik is.
Als zichtbaar overblijfsel van dit grotere spoornet is er nog een 86 km lange spoorlijn van Onverwacht (bij Paramaribo) via Zanderij naar Bronsweg aan het Van Blommensteinmeer, beter bekend als het Brokopondomeer.
Vervoer over de weg:
Het wegennet van Suriname strekt zich uit over ca. 9000 kilometer, hiervan is slechts 25% verhard. In 2000 is het grootste project op het gebied van verkeer voltooid, de Wijdenbosch-brug over de Surinamerivier. Hiermee wordt Commewijne met Paramaribo verbonden.
Vervoer over het water
Dit is voor Suriname een erg belangrijk, zo niet de belangrijkste transportmogelijkheid.
De riveren hebben, met een bevaarbare lengte van 1500 km, een functie voor het vervoer in het binnenland.
De grootste zeehaven is Paramaribo. Verder zijn er nog kleinere havens in Albina, Moengo, Paranam en Wageningen