Werkgelegenheid en werkloosheid
Dankzij de voorspoedige economische ontwikkeling - in de periode 2004-2008 bedroeg de economische groei gemiddeld 5,4% per jaar, is de Surinaamse werkgelegenheid flink toegenomen. Voor 2010 verwacht de Stichting Planbureau Suriname (SPS) dat de stijging van het aantal banen, dankzij een economische groei van 4%, 1% bedraagt.
De forse produktiestijging in de afgelopen jaren is volgens de SPS grotendeels terug te voeren op de groei van de mijnbouw (incl. verwerking), bouw, nutsvoorzieningen, transport, opslag, communicatie en horeca.
Volgens het Surinaams Bureau voor de Statistiek, ABS, zijn er ca. 157.000 werkenden.
Van hen was 16% werkzaam in de handel, 12% in de landbouw, 9% in de bouw, 8% in de productie en 3% in de mijnbouw.
De overheid is de belangrijkste werkgever in Suriname. Volgens de EIU (Economic Intelligence Unit) is ongeveer 45% van de actieve beroepsbevolking werkzaam als ambtenaar, in het onderwijs, de zorg dan wel in dienst bij één van de meer dan honderd (semi) overheidsinstel-lingen.
Tussen 2003 en 2006 zijn er ca. 8000 nieuwe banen gecreëerd. De meeste van de nieuwe banen ontstonden in de bouw (30%) en de publieke sector 28%.
De officiële Surinaamse werkloosheid bedroeg volgens het ABS in 2007 14,7% van de beroepsbevolking. Daarbij loopt de werkloosheid per district behoorlijk uiteen. In Paramaribo bedroeg de werkloosheid in 2007 11,2%, tegenover 46,5% in district Sipaliwini.
Lonen
Suriname heeft nog een lange weg te gaan om internationaal meer concurrerend te worden. In vergelijking met andere landen in de regio is de arbeidsproductiviteit laag, terwijl de lonen relatief hoog zijn. Het inkomen per hoofd van de bevolking bedroeg in 2009 volgens het SPS gemiddeld 15.215 Surinaamse dollar (€ 3.907,00) per inwoner, tegenover 7.882 Surinaamse dollar (€ 2024,00) in 2004
De lonen in de financiële sector en bauxietmijnbouw lagen in ieder geval tot voor kort iets hoger dan in de rest van de economie. Het loonniveau in de landbouw ligt duidelijk onder het gemiddelde.
Een hoofd financiële administratie in het bedrijfsleven verdiende in 2007 gemiddeld 1370 Surinaamse dollar ( € 402,00) per maand, aangevuld met 350 Surinaamse dollar aan vaste toeslagen. Een manager human resources verdiende gemiddeld 2100 Surinaamse dollar
(€ 617,00) plus 350 Surinaamse dollar aan vaste toeslagen.
Binnen de kleinere bedrijven liggen de lonen echter vaak onder de armoedegrens (548 Surinaamse dollarin 2006).
Overigens heeft volgens de SPS meer dan de helft van de werkende bevolking een inkomen beneden de armoedegrens.
Opleidingsniveau
Precieze cijfers over het opleidingsniveau van de Surinaamse beroepsbevolking ontbreken.
Wel is bekend dat niet alle Surinaamse jongeren naar de basisschool gaan en vervolgens hun opleiding voortzetten in het voortgezet onderwijs. Zo ging in 2004 volgens de EIU 92% van de betreffende jeugdige doelgroep daadwerkelijk naar het basisonderwijs, terwijl 62% daadwerkelijk doorstroomde naar het voortgezet onderwijs. In 2004 was ca. 10% van de bevolking analfabeet (volgens de EIU). Daartegenover had volgens het ABS in 2007 4,9% van de beroepsbevolking een tertiaire opleiding (universiteit of hoge school) met succes afgerond.
Het onderwijsaanbod in Suriname voldoet kwalitatief en kwantitatief niet of onvoldoende aan de hedendaagse eisen. Het onderwijs wordt veelal gekenmerkt door onder meer verouderde leerplannen en -middelen, een inadequate opleiding van leerkrachten en een hoog percentage aan zittenblijvers en drop-outs.
De enige universiteit van Suriname is de Anton de Kom universiteit van Suriname (ADEKUS). ADEKUS kent een grote mate van autonomie.
In het collegejaar 2009/10 zijn er in totaal zo'n 4460 studenten ingeschreven aan de universiteit. Voorts zijn er zes HBO-instellingen die grotendeels vallen onder het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (MINOV) en enkele oarticuliere opleidingen.
De hogeschool INHOLLAND heeft een vestiging in Paramaribo. INHOLLAND stimuleert het stagelopen in Suriname door studenten te informeren en contacten te leggen met het Surinaamse bedrijfsleven.
Bron: EVD