gedichtje:
Als statige schepen zijn zij
deinend en gewimpeld
in vol ornaat
ritselende sitzen rokken
goudgalon gelijnduitwijdend
van boord tot waterlijn
anjisa, anjisa
motjosteek
let them talk
matrozensteek
als statige schepen zijn zij
wiegend, klievend, klimmend
op de maat van hun eigen drummer.Een roodgerokt robuust vlaggenschip
voert het eskader aan
breed uitgemeten
sierlijkheid van sierlijkheden
sigaar in de hand
glijdt zij terzijde
bereidt zij de anderen
op weg naar hun haven
een ereboog, een baken
galant en gretig
als een jonge zeeofficier
en altijd, altijd
dansend, deinend, vloeiend
op de maat van haar eigen drummer
Gloria Wekker
WACHT OP MIJ OP DE HOEK
Sinds
de zestiende eeuw hebben Europese kolonisten slaven uit Afrika aangevoerd
om plantagelandbouw uit te oefenen. De kinderen van deze slaven, die in
de kolonie werden geboren, werden Creolen genoemd, ter onderscheid van
de slaven die direct uit Afrika kwamen en cynisch zoutwaternegers werden genoemd.
Het woord creool is - via het Franse créole - afgeleid van
het Portugese crioulo. Het stamwoord criar betekent 'opvoeden',
'in huis geboren', of 'eigen kweek'.
Het
Sranantongo is ontstaan ten tijde van deze slavernij als contacttaal tussen
de slaven onderling, die uit verschillende delen van West-Afrika afkomstig
waren, en tussen de slaven en de blanken.
Het Sranantongo draagt in zich herkenbare Afrikaanse, Engelse en Portugese
woorden.
Daarnaast is er invloed van het Nederlands en andere in Suriname
gesproken talen.Het
spreken van Sranantongo was eens verboden op school. Het onderwijs is
ook nu nog geheel in het Nederlands.
Het Sranantongo bleef echter bestaan
en is tegenwoordig de communicatietaal bij uitstek, niet alleen tussen
de Creolen onderling, maar ool als contacttaal tussen de verschillende
etnische groepen in Suriname.
Opmerkelijk
in het Sranantongo zijn de vele en kleurrijke odo's, de spreekwoorden
en gezegden.
Ze zijn in de loop der tijd ontstaan als reactie op gebeurtenissen
en omstandigheden en kenmerken zich door een diepe waarheid en wijsheid.
De kunst van de odo's is ze zo te gebruiken dat degene voor wie de boodschap
bestemd is, deze ook begrijpt.
De traditionele kleding van creoolse vrouwen is de koto (rok) en de hoofddoek
(anisa).
De koto heeft zich in de loop der tijd tot verschillende kotostijlen ontwikkeld,
aangepast aan elke gelegenheid. Ze variëren van een heel eenvoudige
koto voor de werkster tot de koto voor bijvoorbeeld een huwelijksgarderobe
(trowkoto).
Bij de koto hoort de anisa of hoofddoek die, op verschillende manieren
gevouwen,
de mogelijkheid geeft om een boodschap te symboliseren.
Het gekozen motief van de anisa en de
bindwijze
maken ook de stemming van de creoolse vrouw kenbaar.
Is zij in de rouw dan is de hoofddoek wit en wordt strak om
het hoofd gedaan met beide uiteinden achter het hoofd langs
naar voren en voor het voorhoofd samengebonden.
Bij een feestelijke gelegenheid kan gebruik worden gemaakt van de 'Iontoe
ede'.
Zijn er op de randen van de doek versieringen aangebracht dan heet het
de 'prodo ede'.
De verschillende bindwijzen dragen alle een geheime taal in zich die varieert
van 'loop naar de pomp'tot 'wacht op mij op de hoek'. Werden in het verleden de koto en anisa geassocieerd met de volksklasse
der Creolen, vandaag de dag ligt het heel wat anders.
Vaker komt het voor
dat Creolen uit de midden- en eliteklassen een koto-dansi organiseren.
Bron: Suriname
jaarkalender 2002
|
De vrouwen op de rechter foto hebben in hun mond een takje met citroenblad; een oude Surinaamse gewoonte voor het schoonhouden van de tanden. Het volgende gedicht hierover is van Ds. C. van Schaik, 1853. ORANJESTOKJENSBoi! snijd me
een Oranjestokjen! Schone tanden,
zoete woorden |