Historisch overzicht
Eind 19e eeuw begon de immigratie van de Hindoestanen af te nemen. De immigranten in Suriname onttrokken zich steeds meer aan de veldarbeid op de plantages door voor zichzelf te beginnen als kleinlandbouwer.
Voor de invoer van nieuwe arbeiders uit India was men afhankelijk van toestemming van de Engelsen, die zeer kritisch stonden tegenover de behandeling van de contractanten uit India.
Er dreigde een acuut tekort aan landarbeiders te ontstaan (Moerland 1984).
Door het aantrekken van Javanen uit het voormalige Nederlands-Indië als contractarbeiders, probeerde men uit de afhankelijkheidspositie t.o.v. de Engelsen te komen.
De reis naar Suriname gebeurde in twee etappes. Een schip dat de Javaanse immi-granten naar Amsterdam bracht en een tweede schip dat hen naar Suriname bracht. Het schip dat de eerste 94 Javaanse immigranten (61 mannen, 31 vrouwen en 2 kinderen: een jongen en een meisje beide twee jaar oud) via het Suez kanaal naar Amsterdam bracht was Prins Alexander, allen aangeworven voor de suikerplantage Mariënburg.
Vervolgens stapten de contractarbeiders over op de Prins Willem II dat hen naar Suriname bracht.
In 1894 ging het stoomschip 'Voorwaarts' via Kaap de Goede Hoop rechtstreeks naar Suriname.
Tientallen schepen vervoerden honderden Javanen. Het laatste schip met Javanen aan boord was Kota Gede met negenhonderdnegentig
migranten.
Zij waren de laatste Javanen, de zogenaamde vrije migranten, die op 13 december 1939 inSuriname arriveerden.
Vanuit Batavia (Jakarta), Semarang en Surabaya op Java werden de Javaanse contractarbeiders verscheept. De haven van Semarang heet Tanjung Emas, die van Jakarta heet Tanjung Priok en van Surabaya heet Tanjung Perak.
De eerste Javanen waren ongetrouwde mannen, later kwamen ook gezinnen in Suriname
aan.
Van 1890 tot 1916 kwamen gemiddeld zevenhonders Javanen naar Suriname.
Tweederde van alle Javaanse contractanten kwam na de 1e Wereldoorlog naar Suriname. Na 1930 was er de zogenaamde 'vrije immigratie'.
De eerste Javaanse migranten zijn door de Nederlandse Handelsmaatschappij naar Suriname gebracht. Deze had bezittingen in Suriname en in het toenmalige Nederlands-Indië.
Na aankomst in Suriname werden de immigranten in de zogenaamde 'koeliedepot' opgevangen. Daarna werden zij tewerkgesteld op de plantages. Vaak verbleven zij in de hutten waar eerder de slaven ook in hadden gebivakeerd. Er werd niets voor hen geregeld.
In 1928 werkten 3600 Javaanse contractarbeiders op de suikerplantage Mariënburg.
Door het instellen van de penale actie (strafsanctie) kan worden geconcludeerd dat de periode waarin contractarbeiders werkzaam waren op de plantages een overgangsfase is tussen slavernij en vrije arbeid.
Contractarbeiders die zich schuldig hadden gemaakt aan plantagedelecten konden strafrechterlijk
worden vervolgd. Zijn konden geldboete krijgen, gevangenisstraf of dwangarbeid.
Javaanse immigranten kregen een contractperiode voor de duur van vijf jaar.
Daarna konden ze bijtekenen voor een nieuwe contractperiode, terugkeren naar Java of in Suriname blijven als vrije mensen. Een kwart van de Javaanse immigranten gingen terug.
Tot 1930 waren vrijwel alle Javanen als contractarbeiders op de plantages werkzaam. Als gevolg van de wereldcrisis en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog sloten vele plantages en de Javanen gingen over tot de kleinlandbouw. Ze bleven zoveel mogelijk bij elkaar wonen op de zogenaamde gouvernementsvestigingsplaatsen, vaak opgeheven plantages.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog en erna brachten de ontginningsbedrijven werkgelegenheid en ook de Javanen vestigden zich in de stad of in de bauxiet-centra.
Geografie en demografie
De immigratie van Javanen vond plaats gedurende de periode 1890-1939.
Er kwamen 32956 Javanen naar Suriname, hiervan zijn er 7684 teruggekeerd.
De laatste groep (ca. 1000) repatrianten ging in 1954 terug. In 1971 woonden er 58900 Javanen in Suriname.
"Tegenwoordig zijn de Javaanse kleinlandbouwers verspreid over de gehele kuststrook van Suriname. Het district Commewijne geldt daarbij als het 'Javanen-district' bij uitstek. Daar zijn geheel door Javanen bewoonde dorpen met uiteraard Javaanse namen, maar ook in de gemengde dorpen wonen ze het liefst bij elkaar.
Het belangrijkste product van Javaanse landbouw is, evenals bij de Hindoestanen, rijst. De rijstbouw is door factoren als kleine percelen en verzilting niet voldoende om in de levensbehoeften te kunnen voorzien.
Om aan voldoende middelen te komen ontplooien de Javanen nevenactiviteiten op kleine schaal. Ze verbouwen handelsgewassen en houden pluimvee.
Ook visvangst, zich verhuren als arbeidskracht op de plantages of het uitoefenen van een nevenberoep zoals timmerman, is geen zeldzaam verschijnsel. Pas als de rijst-oogst mislukt en de nood hoog wordt trekken ze naar de stad.
Cultureel-religieuze achtergronden
Javanen zijn erg gehecht aan een Javaanse woon- en werkomgeving. Er bestaat een sterke onderlinge solidariteit en de behulpzaamheid bij hen is groot. Als Javanen in de stad komen wonen of in een van de bauxietcentra, moeten ze zich sterk aanpassen aan de hardere mentaliteit.
Soms krijgen ze ook nog te kampen met taalproblemen. In het Javaanse cultuur-patroon, waarin het begrip ruk un - onderlinge harmonie - een grote plaats inneemt, worden spanningen en conflicten zoveel mogelijk vermeden.
Het zijn dan ook gewaardeerde arbeidskrachten die bijna nooit moeilijkheden veroorzaken. In het Javaanse familiesysteem staat het huisgezin, kaluarga, centraal met als kern de ouders en de kinderen. Vaak wordt het gezin aangevuld met inwonen-de familiededen of een of meer geadopteerde kinderen.
Adoptie is een frequent voorkomend verschijnsel bij de Javaanse bevolking in Suriname.
Een traditioneel Javaans huwelijk wordt door de ouders geregeld en volgens de moslimtraditie gesloten. De Javanen zijn bijna allemaal moslim, aanhangers van de sjafijtische school. Enkelen behoren tot de Ahmadiyya beweging.. Ongeveer 7 procent is christen.
De islam bij de Javanen stoelt op een stevig fundament van pre-islamitische geloofs-voorstellingen. De Javaanse islamitische gemeenschap bestaat uit een meerderheid van Ahangan, de Javanen die zich wel moslim noemen maar weinig interesse tonen voor de islamitische geloofsregels.
Ze laten de toepassing ervan over aan de santri's, de kleinere groep toegewijde en gelovige islamieten, die zich strikt houden aan de islamitische geloofsregels.
Javaanse cultuurelementen die in de Surinaams-Javaanse gemeenschap bewaard zijn, zijn de wayang (schimmenspel met poppen), de wayang wong (gedanst drama), dyaran kepang, een dans met stokpaarden waarbij dansers in trance kunnen raken en de gamelanmuziek.