Nieuw-Amsterdam is een plaats in Suriname, in het district Commewijne, aan de samenvloeiing van de Suriname- en de Commewijnerivier.
De plaats telt circa 1200 inwoners, overwegend Javanen en Hindoestanen.
De plaats ligt waar vroeger een modderbank lag, genaamd Tijgershol.
Daar werd in de koloniale tijd een fort gebouwd, waaraan nog altijd de stervormige oever herinnert. Het fort werd gebouwd tussen 1734 en 1747 in de vorm van een regelmatige vijfhoek met bastionpunten. Samen met andere forten diende het als een verdedigingslijn tegen binnenvallende vijandelijke vloten.
Er staan nog altijd twee kruithuizen, van 1740 en 1778; tegenwoordig maken die deel uit van het openluchtmuseum.
Aan de kustlijn zijn ook nog altijd grote kanonnen uit de Tweede Wereldoorlog te zien, hier opgesteld door de Amerikanen ter bescherming van de ingang van de Surinamerivier tegen Duitse schepen
Het vijf bastions tellende, stervormige fort ligt op een strategisch zeer belangrijk punt, namelijk daar waar de Suriname- en de Commewijnerivier samenvloeien.
Op deze manier bestrijkt het de toegang tot de beide rivieren.
Nadat de Fransen in 1712 een succesvolle aanval hadden uitgevoerd op een aantal plantages in Suriname, werd de noodzaak van een fort op de rechteroever van de Surinamerivier duidelijk.
Met de uitvoering ving men aan in 1735, in 1747 werd het fort in gebruik genomen.
De bouw verliep zeer moeizaam: de stenen bleken moeilijker te vervaardigen dan gedacht, de bodem was te zacht voor een stenen fort en strubbelingen over de bijdragen van kolonisten vertraagden het werk.
In 1907 verloor het fort formeel haar functie als verdedigingswerk, hoewel het die rol in de Tweede Wereldoorlog weer even terugkreeg: er werden toen betonnen kazenmatten gebouwd en enkele Amerikaanse stukken scheepsgeschut opgesteld.
Vanaf 1863 tot en met 1967 diende het fort als strafgevangenis voor langgestraften.
In 2005 is Nieuw-Amsterdam officieel als monument aangewezen.
Naast het fort zelf zijn er diverse bezienswaardigheden zoals twee kruithuizen, de voormalige commandeurswoning, kanonnen en ook kapa’s: grote ijzeren bekkens die men gebruikte om suikerrietstroop in te koken.