TUSSEN TWEE WERELDEN
Niet gehinderd door welke landsgrens dan ook trokken al eeuwenlang
vóór Columbus inheemse stammen van de ene
streek naar de andere in het Groot-Guyanese gebied en nog verder,
over de wateren, naar de Caribische eilanden.
Hun knechting door Spanjaarden en Portugezen liep uit op een van de
grootste genociden uit de geschiedenis van
de mensheid.
De sterk uitgedunde inheemse stammen van Arowakken, Karaïben
en Trio's leven echter nog steeds
voort in over het algemeen kleine gemeenschappen in Suriname (en sinds
kort ook in Nederland).
Een
gangbare indeling is die naar beneden- en bovenlandse indianen.
De
benedenlandse zijn zij die een brede strook
langs de kust bewonen, namelijk de Arowakken en de Karaïben.
Tot de bovenlandse indianen behoren verschillende
groepen waarvan de drie voor Suriname meest bekende de Wajana, de
Akurio en de Trio zijn.
De Wajana
wonen in het zuidoosten langs de Lawa- en de Tapanahoni en de Sipaliwini
en de Akurio wonen voornamelijk
in een van de Trio-dorpen.
Daarnaast zijn er enkele meer of minder aan de Trio verwante kleinere
groepen die
zich in de grensgebieden met
Brazilië en Guyana ophouden en waarvan vertegen
woordigers zich
eveneens in één der Trio-dorpen hebben gevestigd.
Ook voor de Surinaamse bovenlandse indianen geldt dat zij regelmatig
de grens
overschrijden, maar hun thuisbasis
toch in Suriname hebben.
Het
totaal aantal indianen
in Suriname bedraagt ca. 12.000 waarvan zo'n
10.000
gerekend
kunnen worden tot de
benedenlandse en 2.000 tot de bovenlandse indianen.
Een van de vooral
door het toerisme
bekendere dorpen is Palumeu aan de Tapanahonirivier.
Palumeu heeft circa
200 inwoners,
bestaande uit Trio's, Wajana's en nog een enkele Akurio.
In de jaren zestig van de vorige eeuw werd het Surinaamse binnenland
ontsloten door de
aanleg van talrijke kleine vliegveldjes.
Daarmee kwamen ook de zending,
de medische
zending en het onderwijs in versneld tempo op de bovenlandse indianen
af. En vervolgens
het toerisme.
Dit
alles heeft veel invloed gehad op de traditionele levenswijzen van
de indianen.
Zo zijn bijvoorbeeld onder invloed van de zending de broek en de rok
geïntroduceerd.
Ook vele kunst- en cultuuruitingen zijn aan het verdwijnen of veranderen
onder
westerse invloeden.
En zoals overal
zijn het ook hier de jongeren die daar het meest gevoelig voor zijn
en zich
relatief snel aanpassen.
Zij zijn het ook die
hun dorp makkelijk verlaten voor een trip naar de stad.
Bij terugkeer
stijgen zij bij hun leeftijdgenoten in aanzien;
zij hebben wat van de wereld gezien.
Van de oorspronkelijke cultuur is vaak alleen nog iets terug te zien
in de vorm van culturele feesten welke speciaal voor
toeristen worden gehouden.
De spijkerbroek maakt dan weer even plaats
voor de rode lendendoek.
Tegelijkertijd moet echter vastgesteld worden dat er de laatste jaren
een duidelijke waarneembaar bewustwordingsproces op gang gekomen is van de waarden van het eigen culturele
erfgoed.